Mijn yogareis
Facebook was nog niet openbaar, Balkenende de premier en de Black Eyed Peas hadden een nummer-1-hit met Mas que nada, toen ik in 2006 mijn eerste yogalesje boekte. Ik revalideerde van een motorongeluk en raakte verslingerd aan de energie en het warme zweet van Bikram Yoga. Ik had toen al interesse in het taoïsme, beoefende chi kung en probeerde verschillende meditatie-technieken uit, maar pas na een tiendaagse vipassana (het is inmiddels 2014) ging dit serieuze vormen aannemen. Dat leidde tot langdurige solo-retraites in de Sahara en India, waarbij de vraag 'Wie ben ik?' steeds centraler kwam te staan.
Intussen begon ik ook andere vormen van yoga te beoefenen, waaronder vinyasa, ashtanga, iyengar, kundalini en vooral yin yoga, dat mijn hart kreeg. Tijdens een retraite in de Amazone (het is alweer 2020) gaf ik mijn eerste zeven yogalessen, geïnspireerd op de zeven sluiers van het bewustzijn. Toen ik door de lockdowns vast kwam te zitten in Peru, organiseerde ik in het hostel in Lima drie weken lang dagelijkse yin yogalessen aan een groep van 15-20 mede-reizigers.
Mijn enthousiasme voor lesgeven nam ik mee naar huis. Ik volgde een teacher training in Rishikesh en na het behalen van mijn diploma gaf ik in deze 'yogahoofdstad van de wereld' mijn eerste betaalde lessen. In de zomer van 2023 kreeg dat een vervolg na een ontmoeting met Maite Hes tijdens een Ecstatic Dance. In het Amstelpark gaf ik yogales waar zij live bij improviseerde op de piano. Na de zomer gingen we op zoek naar een binnenlocatie en werd Song of Yoga geboren.
Mijn poëzie
Ik twijfel altijd of ik moet zeggen dat ik van poëzie hou. Als ik een dichtbundel opensla, zoek ik altijd de kortste gedichten uit, omdat ik anders halverwege afdwaal. Tot ik een dichter tegenkom die me raakt. In mijn studententijd was dat de melancholie van J.C. Bloem, de bravoure van Lucebert, de fijnzinnigheid van Rutger Kopland, maar ook de barokke songteksten van Lennaert Nijgh en de rauwe raps van Def P. Ik leerde de Zuid-Afrikaanse poëzie kennen van Ingrid Jonker en Antjie Krog. Daarna verruimde de wereld, met Paul Celan, Zbigniew Herbert, Wislawa Szymborska, Fernando Pessoa... nou ja, ik bleek best wel van poëzie te houden. Carlos Drummond de Andrade schreef met De liefde, natuurlijk zelfs een dichtbundel die ik in èèn ruk uitlas.
Pas veel later ontdekte ik de mystieke poëzie, nadat ik begon te begrijpen waarom deze oude dichters altijd zo lyrisch zijn. Dat was toen ik mijn reis naar de Sahara ging maken. Ik wilde graag de lokale mystieke traditie leren kennen, het sufisme, en zo kwam ik bij Rumi uit. Bij mij in de buurt, in hartje Amsterdam, bleken maandelijks zikrs te zijn, sufi-bijeenkomsten waarbij samen mantra's gezongen worden. Ik kwam in een huis vol boeken, waaronder een van de mooiste en leerzaamste spirituele gidsen die ik ken: Open path: recognizing nondual awareness van Elias Amidon, de pir (geestelijk leider) van de internationale Sufi Way. Vlak voor mijn reis ontdekte ik dat Elias Amidon ook een dichtbundel had geschreven, met veertig gedichten, die hij had geschreven in veertig dagen, volgens een oude sufi-traditie die chilla heet. Aangezien ik voor veertig dagen naar de woestijn ging, nam ik deze bundel op goed geluk mee, zonder hem in te kijken. Het bleek een voltreffer. Elke ochtend las ik een gedicht, dat in de loop van de dag ging resoneren met de magische leegte van de woestijn.
Later heb ik de dichtbundel zelf in veertig dagen vertaald. Deze vertaling werd in 2019 uitgegeven door de Nederlandse tak van de Sufi Way, die kantoor houdt in dat huis vol boeken. Op de presentatie van deze bundel ontmoette ik Aleid Swierenga, die honderden boeken in de spirituele niche vanuit het Engels vertaalde, van De Profeet van Kahlil Ghibran, tot boeken van Thich Nhat Hanh en de Daila Lama. We vonden elkaar in een nieuw project, dat nog steeds loopt: hertalingen van de poëzie van Rumi, geïnspireerd door Coleman Barks, op onze eigen manier.
Zelf schreef ik toen zelden poëzie. Ik dacht dat ik dat niet in me had. Dat veranderde tijdens een retraite van twee weken in de Amazone. Ik had een dichtbundel van Pablo Neruda in mijn tas gestopt (lekker dun), en op een wonderlijk moment inspireerde zijn poëzie me om zelf wat te gaan schrijven, op een kladblaadje. Na dit schuchtere begin barstte ik zo ongeveer in poëzie uit, waar ik goed de tijd voor kreeg, dankzij de eerste lockdown, die begon vlak nadat ik de jungle uitkwam.
Noem me bij mijn ware namen
Thich Nhat Hanh
zodat ik al mijn snikken en mijn schateren
tegelijk kan horen
zodat ik in mijn vreugde en pijn
kan zien dat zij hetzelfde zijn
Een verhaal is als water, geeft boodschappen uit het onzegbare door
Rumi
voor wie vuur wil ontmoeten, treedt het bad als bemiddelaar op
Wanneer ik verstil,
Rumi
val ik in een plek waar alles muziek is.