23 november 2024
Omdat ik zijn gedichten graag gebruik voor mijn yogaconcerten, ben ik me meer gaan verdiepen in het werk van de legendarische Boheemse dichter Rainer Maria Rilke. Zelfs stukken uit zijn brieven worden nogal eens als gedichten opgevoerd, omdat zijn zinnen zo poëtisch klinken. Gun de dingen hun ontwikkeling, schreef hij in een brief aan een jonge dichter:
Heb geduld met wat
onopgelost is in het hart,
probeer de vragen
lief te hebben als gesloten ruimtes,
als in een vreemde taal geschreven boeken.
Het gaat erom alles te leven.
Als je de vragen leeft, zul je
misschien stilaan, zonder het te merken
op een vreemde dag
de antwoorden naar binnen leven.
De officiële gedichten van Rilke zijn strakker van vorm (en ook moeilijker te vertalen). In het gedicht hierboven is het of hij de bedoeling van de yogaconcerten beschrijft. Het komt uit zijn bundel 'Sonetten aan Orpheus'. Orpheus is een muzikant, dichter en profeet uit de Griekse mythologie, vooral bekend uit het liefdesverhaal met Eurydice. Met de 'stille vriend' in de eerste regel bedoelde Rilke misschien Orpheus, en richt hij zich daarmee tot de lezer. ‘Voel hoe je adem alles ruimer maakt,’ luidt de volgende regel, die ik letterlijk tijdens de yogales kan overnemen. De ademhaling gebruik ik graag als ingang, het brengt heel direct lucht en ruimte in onze ervaring.
De houdingen van yin yoga duren lang en dat is intens. Het brengt ons in ‘het donker van de klokkentoren’. Rilke stelt voor om ons te ‘laten luiden’: ons diepste binnenste aan het licht brengen. Juist dat wat ons het meest raakt, kan ons sterken.
Dat doet me denken aan een periode tijdens de covid-lockdowns waarin ik veel thuis was en nauwelijks iemand zag. Ik voelde me alleen. Zoals Rilke voorstelt, besloot ik dat gevoel in mijn lichaam op te zoeken. Hoe voelt eenzaamheid daar? Ergens in mijn borst zat iets vast. Het voelde als verdriet. Ik ging er met mijn aandacht nog dichter naar toe, net zo lang tot het was alsof ik er middenin zat. En toen gebeurde er iets verrassends. Ik barstte opeens van de energie. Wat van de buitenkant voelde als eenzaamheid en verdriet, werd, als ik door alle weerstand ging en me eraan overgaf, precies wat Rilke zei: mijn kracht.
Op dezelfde wijze kun je op de yogamat leren ontspannen temidden van intense fysieke sensaties. ‘Ga door deze transformatie, uit en in,’ schrijft Rilke. En daarbij komen we al onze patronen tegen om weg te lopen van wat we voelen. We geven andere dingen de schuld (de brommende koelkast is daar in de Jungle heel geschikt voor), we moeten opeens naar de wc of vinden andere vormen van afleiding. Er zijn ook hulptroepen: de ademhaling bijvoorbeeld, en de muziek kan helpen om ‘dieper’ te gaan, zoals sommigen na afloop zeggen: om dichter te komen en te blijven bij wat je voelt. En ook Rilke stuurt ons daarheen. ‘Wat is je schrijnendste ervaring?’ vraagt hij. Om ons dan aan te raden zo dichtbij de bitterheid te komen, dat je de wijn zelf wordt. Had ik het zelf niet ervaren, dan had ik niet begrepen wat hij daarmee bedoelt.
De yogaconcerten zijn dus als ‘nachten’ waarin de magie door ons lichaam kruist en we onszelf ontmoeten. En dan komt Rilke bij die laatste magistrale regels, die de paradox van de mystiek zo poëtisch treffen. Aan de ene kant zijn wij als levende wezens voortdurend in beweging, ons bewustzijn is een rivier die stroomt. Tijdens de yogaconcerten doen we vaak een oefening om onze aandacht ‘vrij te laten’ en nieuwsgierig te zijn waar die naartoe beweegt. Aan de andere kant is er iets dat volledig stil is en altijd hetzelfde. In al onze ervaringen zijn we ‘aanwezig’. Dit ‘bewust zijn’ is als de bedding van de rivier. De yogaconcerten zijn een manier om in deze ‘stilte’ of ‘leegte’ te komen, waarin je ‘alleen maar bent’.
En als de wereld je vergeet, schreef Rilke:
spreek tot de stille aarde: hier stroom ik, en
tot het razendsnelle water, zeg: ik ben.
Misschien kan ons verstand niet echt begrijpen wat Rilke hier bedoelt. Maar in de yogaconcerten kunnen we zijn poëzie ‘doen’. En misschien zullen we dan ontdekken dat onze vragen langzaam verdwijnen en we stilaan de antwoorden gaan leven.
Gedicht: Rainer Maria Rilke, Sonnetten aan Orpheus
Vertaling: Andrè Meeusen
Foto: Roberto Gemin